Sterke Vrouwen en de temperamenten van de geest

Ik heb een zwak voor sterke vrouwen. Als kind ontwikkelde ik die gevoeligheid voor hetzelfde geslacht al. Mijn twee moeders, zowel de biologische die verkracht werd (en waar ik uit voortkwam) en ook de adoptiemoeder die geen kinderen kon krijgen en met incest te maken had in haar jeugd, waren geen voorbeelden van sterke vrouwen voor mij. Ze hadden veel persoonlijk leed, waren redelijk labiel en afhankelijk van een man en het meest pijnlijke vond ik dat ze zich enorm identificeerden met hun ‘slachtofferschap’, dat werd gecultiveerd als een identiteit waardoor je aandacht kon krijgen of in elk geval hulp en zorg. Begrijp mij niet verkeerd dat ik zie dat ze in een andere tijd leefden, en ze ingrijpende trauma’s opliepen, die ze niet verwerkt hadden, en dat ze zich uiteraard door hun opvoeding en tragische geschiedenis zo ontwikkelden of beter gezegd weinig ontwikkelden en klein werden gehouden door de mannen waar ze mee trouwden. Rationele en dominante mannen met weinig empathie en compassie, die geen rekening met hen hielden. Zoals ze ook geen rekening met zichzelf hielden omdat ze een laag zelfbeeld hadden en niet erg gelukkig met zichzelf waren. Trieste geschiedenissen die hun weerslag hadden op het verloop van hun leven. Maar ik zag en zie ook dat er vrouwen waren die ook in die tijd leefden en het nodige meemaakten maar zich onafhankelijk opstelden en hun eigen broek ophielden. Wat maakt dat verschil, hoe mensen met tegenslag en ingrijpende gebeurtenissen omgaan?

Baby’s worden al met een specifiek temperament geboren, het karakter is ook al in de dop aanwezig. Temperament wordt genetisch bepaald. Er zijn vier soorten temperamenten: Maar de ontwikkeling van karakter wordt ook sterk beïnvloed door de omgeving waar je in opgroeit en daarnaast welke aanwezige kenmerken aangesproken worden en ingezet moeten worden en welke minder nodig zijn waardoor ze minder ontwikkeld worden. De sociale interacties hebben ook invloed op karaktervorming. Mijn temperament, sterkst aanwezig het cholerische, is vurig, onderzoekend en gepassioneerd. Iets dat ik niet terugvond bij het pleeg- en adoptiegezin maar wat wel een weg zocht om te kunnen bestaan. Dat manifesteerde ik door gedreven muziek te maken en te schrijven en door intense vriendschappen te zoeken en aan te gaan met vriendinnen en door in de creatieve wereld te bewegen, waar uitdaging en avontuur te vinden waren. De intellectuele en emotionele voeding die ik miste, compenseerde ik door boeken te verslinden en mij te verdiepen in psychologie.

Het was de Griekse wijsgeer Hippocrates die voor het eerst bepaalde eigenschappen van de menselijke geest en de uiterlijke verschijningsvorm met elkaar in verband bracht en onderverdeelde in vier temperamenten: de sanguinicus, de flegmaticus, de cholericus en de melancholicus. Deze vier typen zijn natuurlijk niet of-of in de mens aanwezig, maar het ene is dominanter dan het andere. Het dominerende temperament bepaalt de grondtoon van ons karakter, hoe we de wereld tegemoet treden, hoe we met onszelf en de ander omgaan en ook … hoe we de dingen opnemen, ervaren en waarnemen.
Rudolf Steiner heeft de leer van de temperamenten een nieuw fundament gegeven door ze de verbinden met de antroposofische wezensdelen: het fysieke (aarde), het etherische (water), het astrale (lucht) en het ‘ik’ (vuur).

Het sanguïstische kind: het element lucht overheerst. Het zijn kinderen die van afwisseling en afleiding houden. Ze kunnen genieten van veel mooie, kleine dingen en weten hun dierbaren te verrassen met oorspronkelijke cadeautjes. Ze zijn gevoelig voor sfeer en willen de stemming er graag inhouden.
De energie van het sanguïstische kind is luchtig en vluchtig: hij is extravert en reageert meteen op alles wat op hem afkomt. Die vele indrukken kunnen hem in de war brengen, zodat hij niet meer weet wat hij zelf eigenlijk wilde.
Een ellenlange vertelling is aan het sanguïstische kind niet besteed; wel een springerig, humoristisch verhaaltje met wat korte zijwegen.
Zijn korte spanningsboog kan hij leren uitrekken als hij liefdevolle feedback krijgt. Hij zal een te slordige klusje met liefde voor een dierbare graag opnieuw willen doen. Dit herstellen, overdoen, is een goed middel om zijn energie te richten. Hij wordt oplettender als hij de verantwoordelijkheid krijgt voor een eenvoudige taak. Tenminste: als het niet steeds dezelfde taak is. Afwisseling door variatie geeft hem steeds weer de stimulans om vol te houden.

Het flegmatische temperament
Bij het flegmatische kind overheerst het water. Letterlijk: het vraagt om vocht. Vergelijk het met de bomen: ook als ze kaal lijken, is het binnenin een drukte van belang. De sappen stromen golvend tot in de toppen van de roodkleurende bladknoppen. Het water draagt alles wat de boom nodig heeft door de stam omhoog vanuit de grond, tegen de zwaartekracht in.
Ook in het flegmatische kind is de werking van het vochtsysteem bepalend voor zijn functioneren. Stroomt dit voldoende, dan voelt het flegmatische kind zich als een vis in het water.
Zo’n kind ergert zich niet snel, want de indrukken van buiten lopen stuk op zijn energiesysteem dat als een brede rivier stroomt en hem beschermt. Genoeglijk kan hij genieten van het bestaan, goedgemutst en vriendelijk glimlachend om de drukte die anderen maken.
Flegmatische kinderen zijn vitaal. Ze hebben veel energie die rustig door hen heen stroomt. Daardoor hebben ze een groot uithoudingsvermogen: zijn ze eenmaal op gang, dan dendert hun trein gewoon door. Ze houden van werk dat om tijd en herhaling vraagt. Vriendschappen zijn voor hen een natuurlijk gegeven: een flegmatisch kind is gezellig, maar het alleen-zijn heeft ook zijn voordelen.
Het zijn dromers die graag naar dingen kijken en erover nadenken. Ze lijken passief en onverschillig, maar dat betekent allerminst dat ze inactief en ongeïnteresseerd zijn: meestal hebben ze perfect in de gaten wat rondom hen gebeurt. Wie het flegmatische temperament tot volle bloei wil laten komen, heeft geduld nodig. Wie iedere dag bij een kopje thee en een koekje kan luisteren naar de verhalen van de dag, wie hem opmerkt in zijn kwaliteiten, geeft hem de steun om te zijn wie hij is: het betrouwbaarste kind van de wereld.

Het melancholische temperament
Het melancholische kind leeft sterk in zijn lichaam en is verbonden met de aarde. Dit kind is een beetje een piekeraar. Je vindt hem onder de tafel, tussen de kast en de deur en … soms in de kast, waar niemand hem ziet en hij veel kan nadenken. Hij speelt het liefste alleen.
Hij stelt diepzinnige vragen (waarom kan je god niet zien? Wat ligt er achter de horizon?) en lijkt in dit opzicht op een volwassene.
Het melancholische kind houdt van lange, dromerige verhalen, waarin het zich levendig kan verplaatsen en waarbij het zichzelf vaak de hoofdrol toebedeelt. Hij slaapt moeilijk in omdat zijn hoofd nog vol zit van gedachten en zelfverzonnen verhalen en staat dan ook op met een ochtendhumeur. Harmonisch naar bed gebracht worden en vriendelijk gewekt worden doen vaak wonderen bij een kind dat zich vaak bedroefd voelt.
Het is een teer kind, dat veel zorg, liefde en begrip nodig heeft en veel voedsel vraagt voor ziel en geest: sprookjes en autobiografieën leren hem de eigen zwaarte vergeten doordat hij zich kan laven aan het lot en verdriet van de anderen. Hij is dan ook bij uitstek de ideale toeverlaat voor vriendjes met verdriet en pijn.
Het melancholische kind wordt aangetrokken door ritme, muziek en sport.
Het is erg kieskeurig met het eten. Een bescheiden maaltijd met niet te veel soorten voedsel die vooral boeiend zijn voor het oog, daarvan wordt dit van nature koude kind warm vanbinnen.

Het cholerische temperament
De benoeming spreekt voor zich: dit vurige temperament kan in woede uitbarsten als het zijn zin niet krijgt. Gelukkig is dat zowat het enige minpunt van dit temperament. Cholerische kinderen zijn heel enthousiast: het zijn krachtnaturen, met sterke hartstochten en sterke instincten en weinig geduld. Vuur is hun element. Ze zijn altijd zichzelf en zijn zelden of nooit humeurig. Ongerustheid of zich zorgen maken, staan niet in hun woordenboek. Emoties ga je echter niet vaak zien … (tenzij een woede-uitbarsting). Ze zijn plichtbewust, volhardend, hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel, en een grote liefde voor structuur en zekerheid. Hun creativiteit uit zich in een verscheidenheid aan efficiënte oplossingen waarmee ze hun doel bereiken: of het nu taal, theorieën, gereedschap of een computer is. Hun energie kan een stuwende kracht zijn bij moeilijke taken, een toneel, de organisatie van feestjes enzovoorts. In het vuur van zijn enthousiasme vergeet het cholerische kind soms om rekening te houden met andermans gevoeligheden en tegelijkertijd kan hij zich diep gekwetst voelen als iemand hem niet erkent. Zijn enthousiasme maakt het hem moeilijk om netjes te werken, maar voor een geliefd persoon kan hij met taaie volharding iets tot stand brengen wat niet in zijn aard ligt.
Het cholerische kind is in zijn element bij taken die net ietsje boven zijn kracht liggen en natuurlijk bij fysieke inspanningen waarvoor je veel moet doen. Opstaan is geen probleem, maar naar bed gaan, ligt wat moeilijker: er is nog zo veel te doen! Ook in het ziek-zijn komt zijn cholerische temperament naar boven: in enkele uren hoge koorts, maar de volgende dag weer actief als vanouds.
Hem een snaarinstrument aanbieden waarmee hij zijn temperament moet leren beteugelen in het oplettend luisteren naar de zuiverheid van toon en het zorgvuldig hanteren van de strijkstok is aan te bevelen. Hij zal dan kunnen ervaren dat de schoonheid van de muziekbeleving tot stand komt door een beteugelde krachtinspanning.
Beethoven was een cholericus: hij liet zich door niets of niemand onderwerpen, maar door zijn muziek vormde hij zijn temperament om tot een morele kracht en liefde voor de waarheid.

Persoonlijkheid, temperament en karakter zijn drie begrippen die in de psychologie gebruikt worden. Ze worden ingezet om verschillende manieren van voelen en denken te beschrijven, waardoor ze sterk met elkaar in verband staan. Maar de gedeelde overeenkomsten tussen de drie zaaien vaak verwarring bij mensen.

Je kunt de termen persoonlijkheid, temperament en karakter dus op de juiste manier leren gebruiken. Maar voordat we naar de verschillen tussen de drie gaan kijken, moet je onthouden dat temperament en karakter deel uitmaken van persoonlijkheid. Het zijn dus beide fundamentele onderdelen hiervan.

Temperament is het natuurlijke onderdeel van je persoonlijkheid dat uit je genen voortkomt. Het is dus in feite de genetische — ofwel biologische en instinctieve — component hiervan. Sterker nog, het is het gedeelte van onze persoonlijkheid dat zich als eerste zal ontwikkelen en tot uiting zal komen. Omdat het genetisch is en deel uitmaakt van je overgeërfde kenmerken, is temperament moeilijk om aan te passen, te manipuleren of te veranderen. Op de een of andere manier zal temperament er altijd zijn. Dat betekent echter niet dat je niet de moeite kunt doen om je bijvoorbeeld af te zetten tegen bepaalde (nadelige) neigingen.

Karakter: de reflectie van je ervaringen

Dit is een onderdeel van je persoonlijkheid dat zowel temperament (geërfde eigenschappen) in acht neemt als de gedragingen die je hebt aangeleerd. Dat wil zeggen, het is zowel een natuurlijke component van je persoonlijkheid als een aangeleerd component.

Karakter is het deel van jou dat uit je omgeving voortkomt.

Het is ook een resultaat van de ervaringen en sociale interacties in je leven, waar je het een en ander van geleerd hebt. Daardoor oefenen deze gewoontes invloed uit op je temperament en je biologische aanleg. Ze passen deze aanleg ook aan en verfijnen het, waardoor je persoonlijkheid een eigen vorm aanneemt. Karakter heeft zijn wortels dus ook in je cultuur.

Het is niet even stabiel als je temperament. Dat komt doordat het niet genetisch is en zich niet laat blijken in je vroege ontwikkelingsfases. Het kent in feite vele fases en vormt met name tijdens de adolescentie. Daarom kun je hier ook invloed op uitoefenen en hierbij veranderingen aanbrengen — door bijvoorbeeld sociale educatie. Mensen verwarren deze term tegenwoordig vaak met ‘persoonlijkheid’, dus het is heel gewoon dat mensen de twee op identieke wijze gebruiken.

Persoonlijkheid: biologie en omgeving

Persoonlijkheid bestaat uit karakter (temperament en geleerde gewoonten) en je gedragingen. Dit betekent dat het deze beide dingen tegelijkertijd omvat. Dit verband maakt het ook makkelijker om de verschillen tussen persoonlijkheid, temperament en karakter te beschrijven.

Persoonlijkheid kun je dus niet enkel en alleen zien als een product van genetische erfelijkheid. Het is ook een resultaat van de invloeden uit je omgeving. Het is iets dat individuelen onderscheidt, wat betekent dat het typerend is voor elk persoon. Bovendien blijft het langere tijd en onder verschillende omstandigheden stabiel volgens meerdere studies.

Het definiëren persoonlijkheid, temperament en karakter

Binnen de psychologie wordt persoonlijkheid omschreven als een groep emoties, waarnemingen en handelingen die iemands gedragspatronen omvatten. Het is de manier waarop je voelt, denkt en handelt. Het is een groep processen die met elkaar samenwerken, elkaar reguleren en samen een dynamisch systeem vormen. De twee meest gebruikte en geaccepteerde definities binnen de psychologie op het moment, zijn:

‘Persoonlijkheid is de totale som van een organisme’s gedragspatronen (op dit moment of potentieel), bepaald door genetische factoren en omgevingsfactoren’.

‘Persoonlijkheid omvat de typische gedragspatronen (inclusief emoties en gedachten) die de aanpassing van iemand aan levensgebeurtenissen omschrijft’. 

Ze veronderstellen dat er een specifiek patroon bestaat in iedereen dat leidt tot een zekere constantheid in hun gedrag onder vergelijkbare situaties. Er bestaan natuurlijk veel variabelen die zo’n patroon kunnen vormen.

De invloed van sociale interactie

Dat ik een lichte allergie ontwikkelde voor drama, gedoe en onbewustheid kan zijn ontstaan door de aanzienlijke aanwezigheid ervan in mijn jonge jaren. Bovendien resulteerde dat drama in een tekort aan emotionele en fysieke beschikbaarheid en emotionele voeding. Voor het kind dat ik toen was, onontbeerlijk om te gedijen en groeien. Zeker als je het ingrijpende afgestaan zijn bij geboorte en het onbewuste trauma dat dit teweegbracht bij mij als kind meetelt. Om dat te kunnen helen is er warmte, zachtheid en aanwezigheid van invoelende en bewuste ouders nodig. Wat helaas niet gebeurde en er niet was. Dus ik begrijp mijn zwak voor sterke vrouwen maar al te goed. Sterke vrouwen zijn geen slachtoffers. Sterke vrouwen kiezen bewust en overtuigend. Sterke vrouwen brengen inspiratie en brengen iets teweeg. Sterke vrouwen hebben weinig zorg en hulp nodig omdat ze die zichzelf kunnen geven. Sterke vrouwen kunnen zelfreflectief kijken naar zichzelf en anderen. Ze zijn zich bewust van hun eigen gedrag en de uitwerking ervan op anderen. Ze hebben een stuwende kracht om dingen voor elkaar te krijgen. Ze zijn enthousiaste inspiratoren die iets de wereld in kunnen zetten. Daarmee stralen ze licht uit en beïnvloeden hun eigen leven en het leven van anderen.

Los van het feit dat ik de oorsprong van mijn zwak voor sterke vrouwen begrijp, zo begrijp ik ook dat mijn temperament genetisch is. In mijn biologische moeder zag ik mijn temperament niet terug, dus ik moet het van mijn biologische vader geërfd hebben. Helaas heb ik deze mens nooit gekend of ontmoet. Hij zal nu in de tachtig zijn, als hij nog leeft. En een mens is méér dan een verschrikkelijke handeling uit zijn verleden.

Door de opgelopen ontberingen als kind en puber heb ik mij als mens kunnen en ook moeten ontwikkelen tot een sterke vrouw. Ik heb mijzelf ook leren bemoederen: ik zorg goed voor mijzelf en hou mijzelf warm. Ik weet precies wat mij blij maakt en geef mijzelf dat regelmatig. Als ik hulp nodig heb, vraag ik er om. Als ik alleen wil zijn ook. Mijn kwetsbaarheid en gevoeligheid omarm ik en deel ik graag met mensen die mij goed kennen en die ik vertrouw. Mijn kwetsbaarheid is ook een grote bron voor creativiteit. Als sterke vrouw ben ik graag in het gezelschap van sterke vrouwen. Alsof je opgenomen wordt in een roedel van wilde vrouwen. Ik accepteer dat wilde en ongetemde in mijzelf. Het weerhoudt mij er niet van mij te kunnen verbinden vanuit kwetsbaarheid. Maar mijn temperament blijft mij voeden om enthousiast nieuwe werelden te ontdekken en soms zelf nieuwe ideeën en omgevingen te creëren waar mensen kunnen samenkomen om elkaar te vinden en inspireren.

‘Het temperament stroomt door mij heen als een brede rivier die altijd weer op de zee uitkomt. De zee die staat voor het oneindige!’