De paradox van verbeelding

Verliefd ben ik. Onverwoestbaar sijpelt het al mijn cellen binnen. Op alles dat ik als schoonheid ervaar, daar ben ik verliefd op. Niet op sleur, niet op verveling, niet op verplichtingen als een strop om de nek, niet op slachtoffergedrag, niet op botheid noch op onattente personen, niet op files, niet op stress, niet op etaleren, projecteren en compenseren, niet op slecht luisterende oren, niet op luidruchtige mensen en vies ruikend verkeer.

Verliefd ben ik op de zonsopkomst en de zonsondergang en alle schoonheid die tussen die twee ziel verzachtende gebeurtenissen kan aanraken, optillen, stimuleren en boeien. Maar is dat de werkelijkheid?

Men creëert de eigen werkelijkheid, zegt men. Maar hoe weten we of onze werkelijkheid wel de realiteit is? En als we het zelf kunnen creëren, betekent dat dan niet dat we zowel onze misère als ons geluk kunnen creëren? Is de werkelijkheid niet vooral een weergave van de waarneming zoals we die denken te ervaren? Opgeluisterd door inprentingen, conditionering, typerende eigenschappen die we in de loop van ons leven hebben ontwikkeld, mede op basis van onze sociale interacties en vroegste ervaringen met ouders of opvoeders.

Indien het brein niet goed functioneert dan kunnen wij minder goed functioneren en als het brein ziek is dan worden wij ziek. Het brein en ons denken heeft dus een centrale rol in onze werkelijkheidsbeleving, evenals ons centrale zenuwstelsel dat ons laat vluchten, vechten of bevriezen/verlammen op basis van de geprogrammeerde emotionele respons en ons palet van emotionele reacties, dat we spontaan aanspreken zodra we herinnert of getriggert worden, door iets in het heden dat ons terugwerpt verbeeldingsgewijs naar het verleden. Wederom is de verbeelding van sterke invloed.

Even terug naar mijn verliefdheid op alle schoonheid in het heden. Die kan ik waarnemen door mijn selectieve focus en mijn typerende levenshouding die gericht is op het mooie in veel kunnen zien, de diepere laag opzoeken, het perspectief dat uitgaat van iets altijd kunnen aanwenden of omvormen, hoe triest ook, om er iets creatiefs of inspirerends van te maken. Dat heet positieve transformatie. Als kind heeft die vaardigheid mij geholpen door zware en donkere momenten heen te komen. Als vrouw in het nu creëert het altijd weer iets nieuws.

Daarnaast ben ik verliefd op Francesca, een van de hoofdpersonen in de psychologische roman die ik momenteel schrijf. Ze is opgestaan vanuit mijn doosje met dekseltje, waar diepe verlangens in zitten. Een doosje dat ze voorzichtig heeft opengemaakt. Francesca geeft stem aan kleurrijke schoonheid, die ze zelf bezit, maar die ze ook op elk moment om zich heen verspreidt. Dat ik verliefd op haar ben heeft vooral met mijn verbeelding te maken. Ik werd eerder ook wel eens verliefd op mensen die ik helemaal niet goed kende. Dat is het magische van verliefdheid, je wordt overgenomen door beelden, dromen en verlangens, die uitsluitend in jouw eigen brein ontstaan. Wat we denken te zien, is wat we hopen dat er is. Vandaar dat er zo vaak een grote discrepantie zit tussen verliefdheid en de realiteit. Het zijn twee verschillende werelden die niet op elkaar zijn afgestemd. Dat komt later pas, als we neerdalen en met onze voeten weer op de aarde staan. De realiteit is vaak hardnekkiger dan de verbeelding, vandaar dat ik wil voorstellen dat we de realiteit verzachten door dat wat we in aanvang heel gemakkelijk konden: elke stap van een ander in het licht van de positiviteit zien, elke teleurstelling ombuigen naar een kans tot groei, elke niet nagekomen belofte zien als de menselijke conditie. Indien dat ons lukt, dan kunnen we in harmonie met elkaar samenzijn. Zodra we iets nodig hebben van de ander en willen halen bij de ander, dan gaat het mis. Want die ander is net zo feilbaar en heeft net als wij nare kanten. Indien je dat voor ogen houdt dan valt het allemaal reuze mee.

Ik wil bijvoorbeeld niet samenleven, heb dat tweemaal uitgeprobeerd, maar het past niet bij me. Ik heb tijd en ruimte voor mijzelf nodig, ik wil niet zeven dagen in de week iemand om mij heen hebben, ik zou er gek van worden. Constante herhaling en routine, daar ben ik niet voor gemaakt. Ik hou juist van verrassing en onverwachte wendingen, en een beetje avontuur op z’n tijd. Heerlijk om te dromen en fantaseren als er een tijd overheen gaat voordat je de ander weer kunt zien. Telkens een nieuw entreebewijs kopen om de voorstelling te mogen zien. Nu klinkt dat natuurlijk een beetje absurd, maar vergelijk het maar met een zee die tussen twee landen ligt. Daar moet je ook een boot of vliegtuig voor nemen om het andere land te kunnen bezichtigen en bezoeken. Zo zie ik dat ook ten aanzien van harmonieuze en verrassende liefde. Een prikkelende dans tussen twee dansers die weten dat ze een paar zijn, maar niet weten op welke muziek ze deze keer moeten dansen. Snap je de verrassing?

Nu is niet iedereen gemaakt voor een avontuurlijk en verrassend bestaan. Er zijn ook mensen die zweren bij vertrouwdheid, huiselijkheid en zekerheid. Niet dat ze het avontuurlijke niet zouden waarderen, maar de rust en vertrouwdheid van zekerheid voelt zo prettig en daarmee wordt elke angst die gerelateerd zou kunnen zijn aan eenzaamheid of het niet alleen redden, buitengesloten. Ogenschijnlijk vrije keuzes door onvrije overtuigingen. Je weet nooit of je het kunt, als je het nog nooit hebt gedaan, zeg ik dan maar.

Ik hou van mijn verbeelding, ik ben er zuinig op en geniet er optimaal van. Dat kan ik omdat ik ruimte creëer die door niemand anders wordt ingenomen, zowel fysiek als psychologisch niet. Een soort heilige afspraak met mijzelf dat het nu even me-time is. Niet een dag in de week, maar dagelijks. Ik denk dat creatieve mensen meer verbeelding nodig hebben, anders zou er ook niets nieuws gemaakt kunnen worden immers. Wat ik creëer heeft ingrediënten in zich die vanzelfsprekend in mij terugkomen. Zoals een biologisch kind ook genen en kenmerken heeft van de moeder, zo maak ik ook “kindjes” die allemaal iets van mij weg hebben: liedjes, gedichten, boeken, initiatieven, trainingen en sessies. Allemaal kinderen die ik de wereld in stuur om iets moois teweeg te brengen.

Hoewel verbeelding soms verworpen wordt, denk ik dat het leven vooral mooier wordt zodra we onze verbeelding gebruiken. Verbeelding is onze persoonlijke interpretatie en de vorm en taal die kenmerkend is voor onze innerlijke wereld. Dus onze verbeelding staat heel dicht bij wie wij zijn. Als we geen uiting kunnen geven aan wie wij zijn, dan worden we vaak verdrietig of ziek, een vat opgekropte en bevroren energie. Het lichaam verstijft, we krijgen vaak symptomatische klachten, wat ingehouden schreeuwen zijn van een ziel die er niet mag zijn. Onze organen slaan die vastzittende energie op. Wat doen we onszelf toch nog veel te vaak tekort door niet te uiten wat zo enorm belangrijk voor ons is.

De paradox van verbeelding stuit soms op ongeloof, rationaliteit, nuchterheid en een weigering om toe te geven aan vrije expressie die vanzelf een vorm vindt, doordat er geen kaders en voorwaarden zijn. Je mag uit een diepte in jezelf putten, die toegankelijk wordt als je alles loslaat. Dat lijkt een beetje op het onmogelijk samengaan van avontuur en geborgenheid. Maar met een beetje verbeelding behoort dat eveneens tot de mogelijkheden.